ECLI:NL:GHAMS:2020:2800
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding rechtsbijstand na bommelding op Schiphol
Verzoeker deed op Schiphol een bommelding "voor de grap", wat leidde tot alarmering van autoriteiten en zijn aanhouding. Het hof oordeelde dat niet overtuigend bewezen is dat verzoeker het oogmerk had om anderen ten onrechte te laten geloven dat er een bom was, maar wel dat zijn uitlating de verdenking van het misdrijf uit artikel 142a, tweede lid, Sr, rechtvaardigde.
De strafzaak werd beëindigd zonder strafoplegging of toepassing van artikel 9a Sr. Verzoeker vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand voor de strafzaak en de verzoekschriftprocedure ex art. 530 Sv Pro. Het hof overwoog dat de verdenking vooral aan het gedrag van verzoeker te wijten was, waardoor geen billijkheid bestond voor vergoeding van de strafzaakkosten.
Wel werd een vergoeding van € 550 toegekend voor de kosten van de verzoekschriftprocedure zelf. Het verzoek tot vergoeding van € 3.182,60 voor de strafzaak werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 6 oktober 2020.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van strafzaakkosten af en kent een vergoeding van € 550 toe voor de verzoekschriftprocedure.