ECLI:NL:GHAMS:2020:2661
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing strafzaak wegens niet tijdige kennisgeving dagvaarding aan raadsman
In deze strafzaak was aan verdachte ten laste gelegd dat hij tussen augustus en september 2017 meerdere bedreigingen had geuit richting het slachtoffer. De rechtbank Amsterdam veroordeelde verdachte bij verstek op 29 mei 2019. Tijdens het hoger beroep stelde de raadsman dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de zittingsdatum, ondanks dat hij zich tijdig als raadsman had gesteld. Het hof constateerde dat geen afschrift van de dagvaarding aan de raadsman was verstrekt, wat in strijd is met artikel 48 Sv Pro.
Het hof oordeelde dat de rechtbank niet aan de behandeling van de zaak had mogen toekomen zonder dat de raadsman op de hoogte was gesteld, aangezien dit de verdediging van verdachte schaadt. Gezien het verzoek van de verdediging tot terugwijzing en de geconstateerde procedurele tekortkoming vernietigde het hof het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 september 2020. Twee rechters konden het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens niet tijdige kennisgeving van de dagvaarding aan de raadsman.