Uitspraak
mr. W.D. Berkhout, kantoorhoudende te Utrecht,
mr. W. Lindeboom, kantoorhoudende te Den Haag.
Gerechtshof Amsterdam
De voormalige oudergeleding van de medezeggenschapsraad van IBS Al Hambra heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS waarin de vergoeding voor de advocaat van de OMR was gematigd. Stichting Noor heeft betwist dat de voormalige OMR ontvankelijk is en heeft het beroep primair niet-ontvankelijk verklaard willen zien.
De Ondernemingskamer overweegt dat de medezeggenschapsraad en haar geledingen geen rechtspersoonlijkheid bezitten en hun procesbevoegdheid ontlenen aan de Wms. Het bepalende moment voor ontvankelijkheid is de samenstelling van de oudergeleding op het moment van indiening van het beroepschrift, wat de huidige OMR is. De voormalige OMR kan niet in plaats van de huidige OMR beroep instellen.
De Ondernemingskamer wijst een beroep op een lacune in de rechtsbescherming af, omdat de huidige OMR altijd een nalevingsgeschil kan aanhangig maken en in beroep kan gaan. Hoewel de vergoeding van deskundige bijstand belangrijk is voor de medezeggenschap, leidt dit niet tot een andere conclusie over ontvankelijkheid.
Ten overvloede overweegt de Ondernemingskamer dat de matiging van de vergoeding door de Commissie niet redelijk was gezien de omvang van de dossiers en het aantal geschillen. De vergoeding van € 750,- was onvoldoende om de werkzaamheden van de advocaat te dekken.
De Ondernemingskamer verklaart de voormalige OMR niet-ontvankelijk in het beroep en handhaaft daarmee de positie dat alleen de huidige OMR bevoegd is om beroep in te stellen.
Uitkomst: De voormalige oudergeleding van de medezeggenschapsraad is niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de matiging van de vergoeding voor rechtsbijstand.