ECLI:NL:GHAMS:2020:2266
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitvoerbaarverklaring kinderalimentatie na echtscheiding
Het huwelijk van partijen is ontbonden door echtscheiding op 19 mei 2020. Partijen zijn ouders van twee kinderen, waarbij de kinderen bij verschillende ouders verblijven. De rechtbank had eerder bepaald dat de man een bijdrage moet leveren aan de kosten van verzorging en opvoeding van het jongste kind en een partneruitkering aan de vrouw, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarverklaring van de alimentatiebetalingen voor de periode van 23 januari 2019 tot 21 augustus 2019, stellende dat hij dacht aan zijn verplichtingen voldaan te hebben en dat de vrouw geen belang had bij executie. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij financieel slechter af is en de man onderhoudsplichtig is.
Het hof overwoog dat de man onvoldoende onderbouwing gaf voor het verzoek tot schorsing, geen concrete bewijsstukken aanleverde en dat het belang van de vrouw bij betaling van de alimentatie in beginsel voorop staat. Ook de stelling dat de beschikking op een kennelijke misslag berust, werd verworpen. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep op de inhoudelijke beslissing blijft openstaan, waarbij een eventuele terugbetalingsverplichting kan volgen bij toewijzing van het beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring van de alimentatiebeschikking wordt afgewezen.