ECLI:NL:GHAMS:2020:2216
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling in vereniging wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijkheid
Op 17 juli 2017 vond een incident plaats in Amsterdam waarbij verdachte samen met anderen werd beschuldigd van mishandeling in vereniging met voorbedachte raad. De zaak kwam in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam nadat verdachte tegen het vonnis van de politierechter in eerste aanleg hoger beroep had ingesteld.
De verdediging stelde dat er sprake was van twee aparte incidenten zonder medeplegen of voorbedachte raad, en voerde noodweer aan. De officier van justitie erkende onvoldoende bewijs voor voorbedachte raad, maar wilde wel een veroordeling voor mishandeling. Het hof oordeelde echter dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld wie het geweld was begonnen en wat de aard daarvan was, wat essentieel is voor het bepalen van wederrechtelijkheid.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde. De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze werd afgewezen omdat de mishandeling niet bewezen was. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende bewijs over aanvang en aard van het geweld.