Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Theft check was done on Sunday 24 March.
3.Beoordeling
primairAydemir te veroordelen tot betaling van:
Gerechtshof Amsterdam
De werknemer trad in 2016 in dienst bij Aydemir Gebäudereinigung GmbH als schoonmaker en werd in maart 2019 op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van een zwart herenhorloge uit een hotelkamer die hij die dag had schoongemaakt. De werkgever baseerde het ontslag op steekproeven waarbij voorwerpen in hotelkamers werden achtergelaten en moesten worden ingeleverd, maar het horloge werd niet teruggevonden.
De kantonrechter oordeelde dat de diefstal niet was bewezen omdat niet kon worden vastgesteld wie het horloge had meegenomen en dat het ontslag onregelmatig was. De kantonrechter kende een billijke vergoeding van €7.500 toe. De werkgever ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat de steekproef betrouwbaar was en dat alleen de werknemer en zijn collega toegang hadden tot de kamer.
Het hof oordeelde dat ook in hoger beroep niet was komen vast te staan dat de werknemer het horloge had gestolen. Er was geen fysiek bewijs en het kon niet worden uitgesloten dat derden toegang hadden tot de kamer. De steekproef was niet vastgelegd in een protocol met waarborgen en controle ontbrak. Ook was onduidelijk of de werknemer de deur open had laten staan. De dringende reden voor ontslag ontbrak daardoor en het ontslag was niet rechtsgeldig.
Het hof wees het hoger beroep van de werkgever af, bekrachtigde de eerdere beschikking en veroordeelde de werkgever in de proceskosten. De billijke vergoeding van €7.500 werd gehandhaafd omdat de werkgever dit niet had gemotiveerd om te matigen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens vermeende diefstal is niet rechtsgeldig verklaard en de billijke vergoeding van €7.500 is toegekend.