ECLI:NL:GHAMS:2020:2109
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over huurovereenkomst met ernstige gebreken en aansprakelijkheid verhuurder
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte die ernstige constructieve gebreken vertoont. De huurder heeft zijn onderneming moeten sluiten vanwege onder meer een niet-functionerende riolering en instabiliteit van het pand, waardoor geen huurgenot werd verschaft.
De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd per 1 juni 2017 via een deurwaardersexploot, maar het hof oordeelde dat niet vaststaat dat dit exploot de huurder daadwerkelijk heeft bereikt. De huurder stelde dat het exploot mogelijk in de verkeerde brievenbus was achtergelaten door de onduidelijke situatie ter plaatse.
De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder tot betaling van achterstallige huur en ontbinding van de huurovereenkomst af en stelde dat de huurder vrijgesteld is van huurbetaling zolang zijn onderneming niet heropend is. Het hof bevestigde deze beslissingen en oordeelde dat de verhuurder aansprakelijk is voor de door de huurder geleden schade door de gebreken, die niet voor rekening van de huurder kwamen.
De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen en het hof wees een verzoek tot voorschot op schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen boden bewijs aan, maar dit werd gepasseerd wegens onvoldoende concretisering. Het hof veroordeelde de verhuurder in de proceskosten van het principaal hoger beroep en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en verhuurder aansprakelijk is voor schade door ernstige gebreken.