Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
OVEREENKOMST VAN GELDLENING
Gerechtshof Amsterdam
SFAM en Suwest sloten op 4 september 2015 een geldleningsovereenkomst waarbij Suwest maximaal € 100.000,- zou lenen van SFAM met een rente van 3,5% per jaar en aflossing na één jaar. Suwest sloot een soortgelijke overeenkomst met haar dochtermaatschappij [X]. SFAM betaalde € 14.455,56 aan Suwest, die dit bedrag direct aan [X] doorboekte.
SFAM vorderde terugbetaling van de lening en rente, terwijl Suwest stelde dat de constructie was bedoeld om Suwest buiten de terugbetalingsverplichting te houden en dat uiteindelijk [X] de gelden zou moeten terugbetalen. De rechtbank kende slechts het deel van € 14.455,56 toe.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst van 4 september 2015 dwingend bewijs levert dat Suwest gehouden is tot terugbetaling van de geleende som. De stellingen van Suwest over de constructie konden dit niet wijzigen. Ook de door SFAM verrichte betalingen aan derden ten behoeve van [X] konden niet worden toegerekend aan Suwest. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van partijen verder af. De kosten van beide procedures werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat Suwest gehouden is tot terugbetaling van € 14.455,56 met rente.