ECLI:NL:GHAMS:2020:1797

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2020
Publicatiedatum
3 juli 2020
Zaaknummer
23-001554-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens winkeldiefstal van levensmiddelen en etenswaren

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor twee gevallen van winkeldiefstal, gepleegd in maart 2019 in Amsterdam. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en kwam tot een andere bewezenverklaring, waarbij de verdachte schuldig werd bevonden aan het wegnemen van levensmiddelen en etenswaren met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.

De tenlastelegging betrof het stelen van onder andere karbonades, beenham, trostomaten, stroopwafels, kaas en hotribs uit twee verschillende vestigingen van een winkelbedrijf. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die de strafbaarheid van de verdachte uitsloten.

De politierechter legde een gevangenisstraf van 14 dagen op, waarvan 8 voorwaardelijk. De advocaat-generaal eiste 8 dagen gevangenisstraf. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wees het hof toepassing van artikel 9a Sr af en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één week op met een proeftijd van twee jaar.

Het hof benadrukte dat winkeldiefstal een ernstige vorm van criminaliteit is die winkeliers schade berokkent en het eigendomsrecht schaadt. De straf is passend geacht gezien de omstandigheden en het bewezenverklaarde. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juli 2020.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één week wegens winkeldiefstal.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001554-19
datum uitspraak: 3 juli 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 april 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-059856-19 en 13-064532-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1985,
adres: [adres 1]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
in de zaak met parketnummer 13-059856-19:
hij op of omstreeks 12 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere levensmiddelen/kruidenierswaren (onder andere karbonades en/of beenham en/of trostomaten), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel], vestiging [adres 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in de zaak met parketnummer 13-064532-19 (gevoegd):
hij op of omstreeks 18 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meerdere kruideniers- en/of eetwaren (onder andere stroopwafels en/of kaas en/hotribs), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel], vestiging [adres 3], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
in de zaak met parketnummer 13-059856-19:
hij op 12 maart 2019 te Amsterdam, levensmiddelen, onder andere karbonades en beenham en trostomaten, toebehorend aan winkelbedrijf [winkel], vestiging [adres 2], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in de zaak met parketnummer 13-064532-19 (gevoegd):
hij op 18 maart 2019 te Amsterdam, etenswaren, waaronder stroopwafels en kaas en hotribs, toebehorend aan winkelbedrijf [winkel], vestiging [adres 3], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak met parketnummer 13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 bewezen verklaarde levert telkens op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen, waarvan 8 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 dagen.
De raadsvrouw heeft, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, verzocht om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van voedsel. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers veel hinder en schade oplevert. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het desbetreffende winkelbedrijf.
De ernst van de feiten verzet zich tegen toepassing van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof zal, mede gelet op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de vrijspraak van het onderdeel ‘tezamen en in vereniging’ ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit, volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-059856-19 en in de zaak met parketnummer 13-064532-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2020.
Mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]