ECLI:NL:GHAMS:2020:178
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkrachtberekening na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie is een voorlopige omgangsregeling vastgesteld en is de vrouw de verzorgende ouder. De man is in hoger beroep gekomen tegen de vastgestelde kinderalimentatie, stellende onvoldoende draagkracht te hebben. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld met een verzoek tot verhoging van de alimentatie.
Het hof heeft de draagkracht van beide partijen opnieuw beoordeeld, rekening houdend met werkelijke woonlasten, schulden, medische kosten van de man en de behoefte van de kinderen. De draagkracht van de vrouw bleek hoger dan eerder vastgesteld, terwijl de man diverse lasten en beperkingen had die zijn draagkracht verminderden. De zorgkorting werd vastgesteld op 5% vanwege de omgangsregeling.
Het hof bepaalde dat de man vanaf 8 mei 2017 tot 18 oktober 2017 een bijdrage van € 675 per maand moet betalen en vanaf 18 oktober 2017 € 582 per maand. Tevens werd bepaald dat de vrouw de helft van teveel betaalde alimentatie over de periode vanaf 18 oktober 2017 moet terugbetalen. De overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 8 mei 2017 tot 18 oktober 2017 € 675 per maand en vanaf 18 oktober 2017 € 582 per maand kinderalimentatie betalen, met terugbetaling van de helft van teveel betaalde bedragen door de vrouw.