ECLI:NL:GHAMS:2020:1686
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid curatoren voor schade door tekortschietend bewind bij zorgomzetting
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van niet-professionele curatoren centraal vanwege geleden schade door een terugvordering van het Zorgkantoor. De curatoren hadden zorg geregeld voor [geïntimeerde] in Zuid-Afrika en bij terugkeer in Nederland, maar faalden in het tijdig omzetten van een persoonsgebonden budget (PGB) naar zorg in natura (ZiN). Hierdoor ontstond een terugvordering over een langere periode dan noodzakelijk.
Het hof volgde de curatoren deels in hun stelling dat zij in een crisissituatie in het belang van [geïntimeerde] hadden gehandeld en goede zorg hadden geregeld. Echter, het hof stelde vast dat de curatoren tekort waren geschoten door de omzetting niet binnen zes tot acht weken te realiseren, waardoor de schade had kunnen worden beperkt. De omvang van de schade werd vastgesteld op € 18.590,18, waarvan het hof een bedrag van € 9.735,18 toewijst na aftrek van een redelijke periode en fiscaal voordeel.
In incidenteel hoger beroep werd geoordeeld dat het onredelijk zou zijn om de volledige schade aan de curatoren toe te rekenen vanwege hun familieband en de omstandigheden. Daarom werd de schadevergoeding beperkt en de kosten van het hoger beroep gecompenseerd door ieder zijn eigen kosten te laten dragen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het een hoger schadebedrag toekende en veroordeelde de curatoren tot betaling van € 9.735,18 aan [geïntimeerde]. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Curatoren worden aansprakelijk gehouden voor € 9.735,18 schadevergoeding wegens tekortschietend bewind, met compensatie van eigen proceskosten.