ECLI:NL:GHAMS:2020:1419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussentijdse beslissingen voorzitter kamer voor het notariaat
Klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen twee beslissingen van de voorzitter van de kamer voor het notariaat, waarin de behandeling van haar verzoek is aangehouden in afwachting van een civiele procedure bij het hof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof heeft overwogen dat hoger beroep slechts openstaat tegen einduitspraken van de kamer, dat wil zeggen beslissingen die een einde maken aan de klachtprocedure of een deel daarvan. De bestreden beslissingen zijn tussentijds en maken de procedure niet af.
Daarom is klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De zaak is schriftelijk behandeld vanwege de coronamaatregelen en het hof heeft de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
De voorzitter had de procedure aangehouden om proceseconomie te bevorderen, in afwachting van een beslissing over het al dan niet benoemen van een deskundige in de civiele procedure. Klaagster had aangedrongen op voortzetting, maar zonder nieuwe feiten of omstandigheden is het aanhoudingsbesluit gehandhaafd.
Het hof bevestigt hiermee de strikte uitleg van artikel 107 Wna Pro en benadrukt dat tussentijdse beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen tussentijdse beslissingen van de voorzitter van de kamer voor het notariaat.