ECLI:NL:GHAMS:2020:1368
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-stellen van zekerheid in hoger beroep
Het Gerechtshof Amsterdam heeft in het hoger beroep van appellant tegen geïntimeerde geoordeeld dat appellant niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat hij niet tijdig de door het hof opgelegde zekerheid voor proceskosten heeft gesteld. Het hof had appellant bij een tussenarrest opgedragen uiterlijk 24 maart 2020 een bedrag van € 2.929,- te storten als zekerheid.
Appellant heeft verzocht om verlenging van de termijn vanwege de coronacrisis en internationale sancties tegen Iran, waardoor hij niet kon reizen of geld overmaken. Het hof achtte dit verzoek onvoldoende onderbouwd omdat appellant niet concreet had toegelicht welke pogingen hij had ondernomen om de zekerheid te stellen, noch aangegeven hoe lang hij uitstel wenste of welke stappen hij zou ondernemen.
Daarom werd appellant niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en het incident. Het hof verwees de zaak naar de rol voor een memorie van grieven van geïntimeerde in het incidenteel appel. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer en op 12 mei 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor proceskosten.