ECLI:NL:GHAMS:2020:579
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten bij appellant woonachtig in Iran toegewezen
In deze zaak vordert geïntimeerde in een incident ex artikel 224 Rv Pro dat appellant, die in hoger beroep is gegaan en woonachtig is in Iran, zekerheid stelt voor de proceskosten die hij in het principaal appel zou kunnen worden opgelegd. Appellant betoogt dat op grond van artikel 224 lid 2 Rv Pro en het Verdrag van New York geen zekerheid hoeft te worden gesteld.
Het hof overweegt dat Iran geen partij is bij de relevante verdragen of EG-verordeningen die een uitzondering op de zekerheidstelling kunnen rechtvaardigen. Het bestreden vonnis betreft bovendien geen scheidsrechterlijke uitspraak. Er is ook geen verdrag of wet die tenuitvoerlegging van een eventuele proceskostenveroordeling in Iran mogelijk maakt.
Daarom is de vordering tot zekerheidstelling toewijsbaar. Het hof bepaalt dat appellant binnen vier weken een bedrag van €2.929,- moet storten op de derdengeldrekening van de advocaat van geïntimeerde, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Appellant wordt bevolen binnen vier weken zekerheid te stellen voor €2.929,- voor proceskosten, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.