ECLI:NL:GHAMS:2020:1242
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen verlenging met terugwerkende kracht van verlopen jeugdbeschermingsmaatregel
In deze zaak gaat het om een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige, nadat de oorspronkelijke machtiging was verlopen. De GI stelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig waren, mede vanwege de problematiek van de moeder en eerdere incidenten.
De moeder heeft een geschiedenis van middelengebruik en verbleef lange tijd onder begeleiding bij SustVarius. De GI betoogde dat de moeder onvoldoende aan haar problematiek had gewerkt en dat de minderjarige daardoor niet in een stabiele opvoedsituatie verkeerde. De moeder en haar advocaat stelden daartegenover dat er positieve ontwikkelingen waren, onder meer door het verblijf in een gezinsopvang en bereidheid tot behandeling.
Het hof oordeelde dat de wet geen verlenging met terugwerkende kracht toestaat van een reeds verlopen jeugdbeschermingsmaatregel. Bovendien bleek uit de recente situatie dat de noodzaak tot uithuisplaatsing niet meer aanwezig was. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter en wees het verzoek van de GI af.
Het hof benadrukte het belang van voortzetting van hulpverlening aan de moeder, met name gericht op haar verslavingsproblematiek, om zo het welzijn van de minderjarige te waarborgen.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing met terugwerkende kracht wordt afgewezen en eerdere beschikking bekrachtigd.