ECLI:NL:GHAMS:2020:1210
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- M.M. van der Nat
- F.A. Hartsuiker
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende gronden voor rechterlijke vooringenomenheid
In deze civiele procedure tussen appellant en verzoekster betrof het wrakingsverzoek de vermeende vooringenomenheid van raadsheer A.N. Labohm tijdens een zitting over partneralimentatie. Verzoekster vreesde dat de raadsheer onpartijdig was vanwege zijn vragen, opmerkingen en bejegening tijdens de zitting van 27 september 2019.
De raadsheer ontkende de vooringenomenheid en stelde dat zijn vragen gericht waren op waarheidsvinding met betrekking tot de verdiencapaciteit en alimentatieduur, hetgeen centraal stond in het geschil. De wrakingskamer onderzocht het proces-verbaal en concludeerde dat de toonzetting niet als aanvallend of beschuldigend kon worden aangemerkt en dat de vraagstelling passend was binnen het debat.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking niet mag worden gebruikt als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn. Gelet op de feiten en omstandigheden was er geen sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor vooringenomenheid.