ECLI:NL:GHAMS:2020:1147
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 4 oktober 2016. Verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend ter onderbouwing van het beroep.
Tijdens de terechtzitting erkende verdachte het ten laste gelegde feit en verklaarde zich te kunnen verenigen met het vonnis van de politierechter. Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het voortzetten van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij slechts één rechter het arrest medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en het ontbreken van belang bij het onderzoek.