ECLI:NL:GHAMS:2020:1099
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over arbeidsduur en loon na ontslag vervoersmanager bij Verbo Transport
In deze civiele zaak staat centraal of tussen [appellante] en Verbo Transport B.V. een arbeidsovereenkomst van twintig of veertig uur per week is overeengekomen. [Appellante] was eerder vennoot van een v.o.f. die failliet ging, waarna zij in dienst trad bij Verbo. Na een ontslag op staande voet werd dit ontslag vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter wees de loonvorderingen van [appellante] af, waarbij zij slechts loon op basis van twintig uur per week toekende. Het hof oordeelt dat [appellante] aanvullend getuigenbewijs mag leveren over de stelling dat de arbeidsduur veertig uur per week bedroeg. Tevens wijst het hof de tegenvordering van Verbo wegens verrichte werkzaamheden af, omdat Verbo onvoldoende bewijs leverde dat zij deze werkzaamheden daadwerkelijk in opdracht van de v.o.f. had verricht.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis in reconventie en verwijst Verbo in de kosten van het incidentele hoger beroep. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing na het horen van de getuigen.
Uitkomst: Het hof staat aanvullend getuigenbewijs toe over de arbeidsduur en houdt verdere beslissing aan.