ECLI:NL:GHAMS:2020:1035
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berisping gerechtsdeurwaarder wegens niet toepassen beslagvrije voet bij bankbeslag
Klaagster, bewindvoerder van [X], diende een klacht in tegen twee gerechtsdeurwaarders vanwege het leggen van een bankbeslag zonder toepassing van de beslagvrije voet. Het bankbeslag betrof een bedrag van €1.251,87 en werd gelegd ten laste van [X]. Klaagster stelde dat de gerechtsdeurwaarders onvoldoende hadden geïnformeerd naar de inkomsten van [X] en geen rekening hadden gehouden met de beslagvrije voet, waardoor financiële problemen ontstonden.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders oordeelde deels gegrond en legde beide gerechtsdeurwaarders een berisping op. In hoger beroep bevestigde het hof dat de klacht tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder ongegrond was, omdat deze niet verantwoordelijk was voor het niet toepassen van de beslagvrije voet. Ten aanzien van gerechtsdeurwaarder 1 oordeelde het hof dat deze, na ontvangst van financiële gegevens van klaagster, onverwijld de beslagvrije voet had moeten toepassen, wat niet is gebeurd.
Het hof vernietigde de bestreden beslissing en legde gerechtsdeurwaarder 1 de maatregel van berisping op. Tevens werd gerechtsdeurwaarder 1 veroordeeld tot betaling van de kosten van klaagster en de kosten van behandeling van de klacht door het hof. De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van de beslagvrije voet om de primaire levensbehoeften van de beslagene te waarborgen.
Uitkomst: Gerechtsdeurwaarder 1 kreeg berisping en kostenveroordeling wegens niet toepassen beslagvrije voet; klacht tegen toegevoegd gerechtsdeurwaarder ongegrond.