ECLI:NL:GHAMS:2019:847

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2019
Publicatiedatum
15 maart 2019
Zaaknummer
13/016879-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen gevangenhouding wegens vluchtgevaar van asielzoeker

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 6 maart 2019 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de politierechter die een bevel tot gevangenhouding van de verdachte oplegde. De verdachte, een asielzoeker zonder vaste verblijfplaats, werd verdacht en veroordeeld door de politierechter. Het hof heeft de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.

Het hof sluit zich aan bij de gronden van de politierechter en oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte. Er is geen aanwijzing dat het vonnis van de politierechter op een juridische of feitelijke misslag berust. De verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, geen werk en geen inkomen, en het is onduidelijk of hij nog in een asielzoekerscentrum kan verblijven.

Gezien deze omstandigheden is er sprake van vluchtgevaar, omdat te vrezen valt dat de verdachte zich aan berechting zal onttrekken of niet vindbaar zal zijn voor justitie. Daarnaast is de kleine recidivegrond van artikel 67a, tweede lid, Sv, van toepassing. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt het de gevangenhouding.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding wegens vluchtgevaar en kleine recidivegrond.

Uitspraak

13/016879-19
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[appellant]
geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Esserheem te Veenhuizen,
tegen de beschikking van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2019, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van
8 februari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van de politierechter.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. J.M. Buchel.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Gelet op het veroordelend vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van
5 februari 2019 is het hof van oordeel dat sprake is van voldoende ernstige bezwaren, nu niet is gebleken dat dit vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.
De verdachte heeft geen vaste verblijfplaats in Nederland en geen werk en geen inkomen. Onduidelijk is of hij nog in een asielzoekerscentrum terecht zal kunnen. Onder die omstandigheden is er sprake van vluchtgevaar in die zin dat er gronden zijn om te vrezen dat de verdachte zich aan berechting in Nederland zal onttrekken dan wel niet voor justitie vindbaar zal zijn.
Voorts blijkt uit de justitiële documentatie van de verdachte dat de zogenoemde kleine recidivegrond, als bedoeld in artikel 67a, tweede lid, Sv, van toepassing is.
13/016879-19

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 maart 2019,
de advocaat-generaal