ECLI:NL:GHAMS:2019:784
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond over onterecht bankbeslag en kosten bij gerechtsdeurwaarder
In deze zaak heeft klager een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder vanwege vermeend onrechtmatig handelen bij de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De klacht betrof onder meer het leggen van beslag onder twee banken zonder gerechtvaardigd vermoeden dat klager daar bankierde.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht op één onderdeel gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof heeft deze beslissing vernietigd en de klacht op twee onderdelen gegrond verklaard. Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder een gerechtvaardigd vermoeden had dat klager bij bank A bankierde, maar niet bij bank B. Het beslag onder bank B was daarom onrechtmatig.
Verder oordeelde het hof dat de kosten van het onterecht gelegde beslag onder bank B niet aan klager in rekening mochten worden gebracht en dat de gerechtsdeurwaarder deze kosten moest restitueren. Gezien de ernst van het handelen legde het hof de maatregel van waarschuwing op. Voor het overige verklaarde het hof de klacht ongegrond en zag af van een kostenveroordeling.
Uitkomst: Klacht gegrond verklaard voor onterecht bankbeslag onder bank B met waarschuwing en zonder kostenveroordeling.