Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.AMRÂTH HOTELS & RESTAURANTS B.V.,
1.STICHTING SPOORWEGPENSIOENFONDS,
1.Verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 1betogen Amrâth c.s. dat bij die opsomming ten onrechte de vermelding van de brief van 30 april 2018 van Amrâth aan de Pensioenfondsen ontbreekt. De voorzieningenrechter was echter niet gehouden alle relevante feiten als zodanig te vermelden. Vanzelfsprekend zal het hof bij de beoordeling met deze brief rekening houden, maar de grief kan niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. De door de voorzieningenrechter opgesomde feiten zijn (overigens) niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.
3.Beoordeling
grieven 3 tot en met 7kunnen gezamenlijk worden besproken. Zij houden, kort gezegd, in dat de voorzieningenrechter ten onrechte (in conventie) de door de Pensioenfondsen ingestelde vordering tot nakoming van voormelde overeenkomsten (op straffe van de verbeurte van dwangsommen) heeft toegewezen.
, het TO[technische omschrijving; hof]
en de Planning.
zal het VO uitwerken naar het DO[definitief ontwerp; hof]
en Ontwikkelaar zal daartoe een concept van het Definitief Ontwerp aan Opdrachtgever[de Pensioenfondsen tezamen; hof]
ter goedkeuring overleggen. Nadat het overgelegde concept door Opdrachtgever is goedgekeurd, geldt het DO als vastgesteld.
daarover overleggen. SPF Beheer is enig aanspreekpunt namens Opdrachtgever voor Ontwikkelaar en heeft volmacht van Opdrachtgever voor de uitvoering van deze Overeenkomst.
de Pensioenfondsenzich op het standpunt stelden (en stellen) dat het hun door Amrâth en DLV toegezonden bestek niet het bestek is in de zin van art. 8.7 en art. 8.8 en – oordeel van het hof – het in art. 8.9 bedoelde overleg (juist) ziet op het in art. 8.7 bedoelde bestek. Amrâth en DLV hebben er (in hun brieven van 30 april 2018 en 17 mei 2018) op aangedrongen dat de Pensioenfondsen concreet zouden aangeven dat en waarom zij het bestek afkeurden opdat het in art. 8.9 bedoelde overleg zou kunnen plaatsvinden, maar de Pensioenfondsen hebben dit niet willen doen omdat hun – in hun ogen – geen goed te keuren bestek was voorgelegd. Dat het in art. 8.9 bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden, kan dus Amrâth c.s. niet worden verweten.
grief 9is dus gegrond. Bij een behandeling van
grief 2, die inhoudt dat specifiek Galaxy BV en Galaxy CV ten onrechte zijn veroordeeld tot betaling van de proceskosten de in conventie, hebben Amrâth c.s. bij deze stand van zaken geen belang.