ECLI:NL:GHAMS:2019:534
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in het Justitieel Complex Zaanstad, stelde hoger beroep in tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis afwees.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, de advocaat-generaal en de verdachte gehoord, en beoordeelde dat er voldoende gronden zijn om vluchtgevaar aan te nemen. Dit vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats, het ontbreken van een geldig visum voor verblijf in Frankrijk of een ander EU-land, en het gebruik van een valse naam en geboortedatum bij aanhouding.
De advocaat-generaal verzocht om toevoeging van de recidivegrond, maar het hof achtte deze niet van toepassing. Ook vond het hof dat de lokale oriëntatiepunten voor zakkenrollerij in Amsterdam afwijken van de landelijke LOVS-oriëntatiepunten, waardoor artikel 67a, derde lid, Sv niet van toepassing is.
Gezien deze omstandigheden zag het hof geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen en wees het hoger beroep af. De beschikking werd op 23 januari 2019 in raadkamer gegeven.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding wegens vluchtgevaar.