ECLI:NL:GHAMS:2019:5178
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 december 2018. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 24 september 2019 heeft het hof vastgesteld dat door of namens de verdachte geen schriftelijke grieven zijn ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven.
Daarnaast bleek uit het dossier geen rechtens te respecteren belang dat een onderzoek in hoger beroep zou rechtvaardigen. Op grond hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij de oudste en jongste raadsheer niet konden ondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.