Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 9 maart 2018, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal door middel van braak in een auto. Het hof bevestigde het bewezenverklaarde ten aanzien van de schuldvraag, maar vernietigde de strafoplegging en deed in dat onderdeel opnieuw recht.
De politierechter had een taakstraf van 60 uur opgelegd, te vervangen door 30 dagen hechtenis. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van vier weken. Het hof achtte een gevangenisstraf passend en geboden, mede gelet op de ernst van het feit, de hinder en onveiligheidsgevoelens die dergelijke diefstal met braak veroorzaakt, en de persoon van de verdachte. Ook werd meegewogen dat executie van een taakstraf in Litouwen niet realiseerbaar leek.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze onvoldoende was onderbouwd en niet kon worden vastgesteld in hoeverre de schade rechtstreeks verband hield met het strafbare feit. Het hof bepaalde dat de benadeelde partij deze vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 september 2019. De tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de opgelegde gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf voor poging diefstal met braak, schadevordering niet-ontvankelijk verklaard.