Uitspraak
1.Het geding
Op bezwaar van de advocaat-generaal en gelet op het besloten karakter van de behandeling in raadkamer is de aanwezigheid in raadkamer van een derde geweigerd.
3.Het wrakingsverzoek
zoukunnen leiden’. De omstandigheden van het geval spelen hier dus een belangrijke rol.
- De hoorzitting van 7 mei 2019 heeft plaatsgevonden aan de hand van eigengemaakte spelregels van het hof Den Haag, die geen steun vinden in het recht.
- Er is niet gedaan aan waarheidsvinding. De raadsheren hebben bepaalde processtukken niet besproken en terzijde gelegd. Dit achten verzoekers zeer onjuist. Er is geen serieus onderzoek gedaan.
- Er is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 6 van Pro het EVRM en het beginsel van hoor en wederhoor.
- Artikel 6 EVRM Pro is rechtstreeks van toepassing, zonder beperkingen, ook in de onderhavige kwestie. Dit geldt mutatis mutandis ook voor het UVRM. Er zijn aantoonbaar voldoende gronden voor rechtsvervolging, om dit verzoek tot wraking te rechtvaardigen.
- Er is geweigerd een proces-verbaal van de zitting van 7 mei 2019 op te maken.