ECLI:NL:GHAMS:2019:4726
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voorlopige hechtenis en rechtsbijstand na niet-ontvankelijkheid OM
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens de voorlopige hechtenis en gemaakte kosten voor rechtsbijstand in een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging. De voorlopige hechtenis duurde van oktober tot december 2014. Het hof oordeelde dat verzoeker in beginsel recht heeft op vergoeding, maar gezien zijn gedrag – waaronder het niet naleven van een ongewenstverklaring en meerdere strafrechtelijke veroordelingen – slechts een lagere vergoeding passend is.
De vergoeding werd vastgesteld op € 750,- voor de voorlopige hechtenis, gebaseerd op een vuistregel van € 75,- per week, en € 550,- voor de kosten van rechtsbijstand. Het hof wees het overige verzoek af en bepaalde verrekening met openstaande bedragen bij het CJIB.
De beslissing is genomen op basis van artikel 89 en Pro 591a Sv, waarbij het billijkheidsoordeel centraal stond. Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad over de mate waarin de verdachte zijn eigen situatie aan zichzelf te wijten heeft. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 december 2019.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een beperkte schadevergoeding van € 750,- voor voorlopige hechtenis en € 550,- voor proceskosten toegekend.