ECLI:NL:GHAMS:2019:4723

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 december 2019
Publicatiedatum
10 januari 2020
Zaaknummer
23-000623-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis diefstal ondanks psychische stoornis verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal. De verdachte had chips gepakt zonder te betalen en stelde dat hij dit deed vanwege honger en psychische problemen, waaronder een recente psychose en de opname van zijn vader in het ziekenhuis.

De raadsman voerde aan dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak en dat de verdachte ontoerekeningsvatbaar was door zijn psychische stoornis. Het hof oordeelde echter dat de verdachte zich bewust was van zijn handelen en het wederrechtelijke karakter daarvan, onder meer omdat hij op het station riep dat hij aangehouden mocht worden.

Hoewel het hof aannam dat de verdachte een psychische stoornis had ten tijde van het feit, was er onvoldoende causaal verband tussen deze stoornis en het gedrag om tot ontoerekeningsvatbaarheid te komen. De verklaring van de verdachte toonde aan dat hij wist dat hij de chips niet betaalde vanwege gebrek aan geld, waardoor hij strafbaar bleef.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en wees het bewijsverweer af, waarbij het oordeel over de toerekeningsvatbaarheid werd aangepast. De verdachte werd schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, conform de vordering van de advocaat-generaal.

Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard voor diefstal, maar zonder strafoplegging vanwege omstandigheden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000623-19
datum uitspraak: 6 december 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer
13-086835-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof een bewijsverweer zal bespreken en de overweging van de politierechter ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte vervangt door hetgeen hieronder is overwogen.

Bewijsverweer in hoger beroep

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening niet is bewezen. Er was bij de verdachte sprake van een psychische stoornis. Door deze psychische stoornis ontbrak bij hem elk inzicht in de wederrechtelijkheid van zijn handelen. De verdachte verklaart dat hij niet meer weet wat er is gebeurd en dat hij in de war was.
Een psychische stoornis sluit alleen het aannemen van opzettelijk handelen uit wanneer er sprake is van een verdachte die van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan is verstoken. Bij de politie en ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij de zakjes chips heeft gepakt, omdat hij honger had en geen geld of bankpas bij zich had. Vervolgens heeft de verdachte op het station geroepen: ‘Hou me aan dan, hou me aan!’ Hieruit volgt dat de verdachte zich wel degelijk bewust was dat hij de chips eigenlijk had moeten betalen en dat hij zich deze zonder te betalen dus wederrechtelijk toe-eigende.

De strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de gedraging hem door de psychische stoornis niet kan worden toegerekend.
De advocaat-generaal heeft gesteld dat niet aan de eisen voor ontoerekeningsvatbaarheid wordt voldaan.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte opnieuw naar voren gebracht dat hij ten tijde van het plegen van het feit in een moeilijke periode zat waarin hij last had van psychische problemen. Hij had een week voor de diefstal een psychose gehad. Daarnaast was de avond voor de diefstal zijn vader opgenomen in het ziekenhuis en hij was hierdoor erg in de war. Als gevolg van zijn psychose is de verdachte vlak na het plegen van dit feit (in de eerste week van mei 2018) tot aan half oktober 2018 met een rechterlijke machtiging opgenomen geweest. Over zijn toestand ten tijde van het feit heeft de verdachte verklaard dat hij niet meer wist wat hij deed en dat hij het idee van de realiteit kwijt was. Hoewel schriftelijke verklaringen van behandelaars of andere stukken ter onderbouwing van het verweer ontbreken, wil het hof aannemen dat ten tijde van de gedraging bij de verdachte sprake was van een psychische stoornis.
Dat bij de verdachte sprake was van een psychische stoornis betekent evenwel niet dat de verweten gedraging niet aan hem kan worden toegerekend. Enerzijds heeft de verdachte verklaard dat hij niet meer wist wat hij deed, maar anderzijds heeft hij verklaard wel heel helder voor ogen te hebben dat hij honger had en dat hij de zakjes chips daarom heeft gepakt. Uit zijn verklaring moet verder worden afgeleid dat hij de zakjes chips niet heeft betaald omdat hij geen geld bij zich had. Hieruit volgt dat er onvoldoende causaal verband bestaat tussen de stoornis van de verdachte en de bewezen verklaarde gedraging om tot het oordeel te komen dat deze niet aan de verdachte kan worden toegerekend. De verdachte is strafbaar.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 december 2019.
=========================================================================
[…]