Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
nadatde onderhuurovereenkomst was gesloten, zodat deze omstandigheden niet zonder meer kunnen afdoen aan de bedoelingen van partijen in 2014. Uit hetgeen Oosteinde aanvoert omtrent de bedoeling van deze partijen in 2014 kan het hof onvoldoende afleiden dat destijds partijen een andere bedoeling hadden dan dat [geïntimeerde] onderhuurder zou worden van [naam]. De grieven falen daarom.