ECLI:NL:GHAMS:2019:4150

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
23-001319-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 63 SrArt. 284 SrArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bedreiging met mes en toepassing artikel 9a Sr zonder strafoplegging

Op 14 juni 2018 bedreigde de verdachte te Haarlem een persoon met een mes door dit dreigend te tonen, tegen het lichaam te drukken en daarbij dreigende woorden te uiten. Het hof acht deze bedreiging wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert deze als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De verdachte was eerder onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden en een TBS-maatregel met voorwaarden. Gezien deze eerdere straf en de ernst van de huidige bedreiging, zou in beginsel een vrijheidsstraf passend zijn. Het hof vindt echter dat de behandeling in het kader van de TBS-maatregel voorrang moet krijgen en legt daarom geen nieuwe straf of maatregel op.

De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf wijst het hof af. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof spreekt verdachte vrij van de niet-bewezen tenlasteleggingen, terwijl het bewezen verklaarde strafbaar wordt verklaard zonder strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard voor bedreiging met mes, maar krijgt geen straf vanwege eerdere gevangenisstraf en TBS-maatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001319-19
datum uitspraak: 12 november 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 maart 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 15-247129-18 en 15-093607-18 (TUL) tegen
[verdachte 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998.
volgens opgave van de raadsvrouw uit andere hoofde verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum De Kijvelanden te Poortugaal.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 oktober 2019.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 14 juni 2018 te Haarlem, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door opzettelijk - dreigend een mes aan die [slachtoffer] te tonen en/of een mes in de richting van die [slachtoffer] te bewegen en/of een mes tegen het lichaam van die [slachtoffer] aan te houden en/of te drukken, en/of - die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik prik je lek" en/of "Ik steek je lek", althans handelingen en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 14 juni 2018 te Haarlem [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door opzettelijk dreigend een mes aan [slachtoffer] te tonen en
datmes tegen het lichaam van [slachtoffer] te drukken en [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik prik je lek" of "Ik steek je lek", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Hetgeen door de raadsvrouw in het kader van de bewijsvraag ter terechtzitting naar voren is gebracht wordt weerlegd door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van drie jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft zich op straat schuldig gemaakt aan de bedreiging van een man die hem aansprak op zijn verkeersgedrag. Daarbij heeft de verdachte hem een mes getoond, dat mes tegen het lichaam van het slachtoffer gedrukt en zijn handelingen met woorden kracht bijgezet. Aldus heeft hij een voor het slachtoffer angstige en intimiderende situatie veroorzaakt en zijn gevoel van veiligheid aangetast. Dit laatste zal ook gelden voor de omstanders die van dit incident getuige hebben moeten zijn. Ook de jonge zoon van het slachtoffer was bij het incident aanwezig. Niet uitgesloten is dat ook hij hiervan gevolgen zal ondervinden. De verdachte is blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 oktober 2019 eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van afpersing in vereniging en mishandelingen en bedreiging, hetgeen in het zijn nadeel spreekt. Gelet daarop zou in deze zaak in beginsel oplegging van een vrijheidsstraf van enige duur gerechtvaardigd zijn.
De verdachte is echter bij onherroepelijk vonnis van 13 februari 2019 (ECLI:NL:RBZWB:2019:560) door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden. Daarnaast is hem bij dat vonnis de maatregel TBS met voorwaarden opgelegd. Het hof acht niet waarschijnlijk dat de voorliggende bewezenverklaring tot een wezenlijk hogere straf zou hebben geleid als deze zaak zou zijn gevoegd bij de zaak die heeft geleid tot het vonnis van 13 februari 2019. Verder vindt het hof het voor de verdachte én de samenleving van dringend belang dat voorrang kan worden gegeven aan de behandeling die de verdachte in het kader van de TBS-maatregel moet ondergaan. Om die redenen acht het hof het raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2018 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis zal worden afgewezen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen met betrekking tot de strafoplegging acht het hof termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 1 maart 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank
Noord-Holland van 18 juli 2018, parketnummer 15-093607-18, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. J.J.I. de Jong en mr. A.R.O Mooy, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
12 november 2019.
========================================================================
[…]