ECLI:NL:GHAMS:2019:4135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing tenuitvoerlegging bij schending nevenwerkzaamheden en geheimhouding
Appellant trad in dienst bij MagnaVersum en werd op staande voet ontslagen wegens vermeende overtreding van een verbod op nevenwerkzaamheden. In een eerdere beschikking werd appellant veroordeeld tot nakoming van het concurrentiebeding, verboden om eigendommen van MagnaVersum te delen, en tot betaling van aanzienlijke bedragen wegens schending van nevenwerkzaamheden, geheimhoudingsbeding en intellectueel eigendom.
Appellant verzocht in hoger beroep om schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking, stellende dat uitvoering hem in grote financiële problemen zou brengen, waaronder de executoriale verkoop van zijn onroerende zaak. MagnaVersum betwistte het spoedeisend belang en de onderbouwing van het verzoek.
Het hof oordeelde dat schorsing slechts mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een duidelijke juridische of feitelijke misslag of als tenuitvoerlegging een noodtoestand veroorzaakt. Appellant slaagde er niet in dit voldoende te onderbouwen met concrete financiële bewijsstukken.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af en bepaalde dat appellant de kosten van het incident zal dragen. De mondelinge behandeling van de hoofdzaak werd vastgesteld op 14 februari 2020.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af wegens onvoldoende onderbouwing van een noodtoestand.