ECLI:NL:GHAMS:2019:4132

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
200.257.992/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van civiele zaken wegens verknochtheid en verwijzing naar rol voor beraad

Modalfa B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. In het kader van het hoger beroep heeft [geïntimeerde 2] een incidentele vordering tot voeging van de onderhavige zaak met een andere aanhangige zaak ingediend, op grond van artikel 222 lid 1 Rv Pro.

Het hof heeft overwogen dat de zaken verknocht zijn, mede omdat de rechtbank beide zaken in eerste aanleg gelijktijdig heeft behandeld en beslist. Gelet op de aangevoerde gronden voldoet de voeging aan de wettelijke eisen.

Het hof heeft daarom de zaken gevoegd en de beslissing over de proceskosten aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. Tevens is de zaak verwezen naar de rol van 3 december 2019 voor beraad van partijen. Verdere beslissingen zijn aangehouden.

Uitkomst: De zaken worden gevoegd en verwezen naar de rol voor beraad, met aanhouding van de beslissing over proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.257.992/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/640159 / HA ZA 17-1344
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 november 2019
inzake
MODALFA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M. van Weeren te Amsterdam,
tegen

1.LAUNDRY BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
2. [geïntimeerde 2],
wonende te Amsterdam,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. Y. Benjamins te Amsterdam.
Partijen worden hierna Modalfa en Laundry c.s. genoemd. Laundry c.s. worden hierna ieder afzonderlijk ook Laundry en [geïntimeerde 2] genoemd.

1.Het geding in hoger beroep

Modalfa is bij dagvaarding van 18 maart 2019 in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis in van 30 januari 2019, gewezen tussen Modalfa als eiseres en Laundry c.s. als gedaagden.
Modalfa heeft bij memorie van grieven zes grieven geformuleerd, bewijs aangeboden en producties overgelegd, met conclusie als aan het slot van die memorie vermeld.
[geïntimeerde 2] heeft bij memorie van antwoord tevens houdende incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.266.737/01 tussen [geïntimeerde 2] als appellant en [X] als geïntimeerde.
Modalfa heeft daarop in het incident geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.

2.Beoordeling

in het incident tot voeging
2.1
[geïntimeerde 2] heeft voeging gevorderd op de grond dat de zaken verknocht zijn. Ook de rechtbank heeft beide zaken in eerste aanleg gelijktijdig behandeld en beslist. Modalfa heeft zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
2.2
Uit hetgeen [geïntimeerde 2] heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv Pro is voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
2.3
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen.

3.Beslissing

Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.266.737/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 3 december 2019 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J.W. Hoekzema en J.F. Aalders en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019.