ECLI:NL:GHAMS:2019:402
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering betaling openstaand saldo krediet na opnamestop
In deze civiele zaak vordert Hoist betaling van een openstaand saldo uit een kredietovereenkomst die oorspronkelijk tussen de vrouw en haar ex-echtgenoot was gesloten. De vrouw voert een bevrijdend verweer dat kort na de echtscheiding telefonisch een opnamestop is toegezegd door de bank, waardoor zij niet aansprakelijk is voor latere opnames door haar ex-echtgenoot.
De kantonrechter wees de vordering af omdat het hof deze opnamestop als voldoende gemotiveerd en aannemelijk beschouwde, mede doordat Hoist niet aannemelijk maakte dat de bank de toezegging schriftelijk had bevestigd of dat zij haar ontkenning kon onderbouwen met bewijs. Het hof oordeelde dat de vrouw haar stelplicht en bewijslast had vervuld door haar brieven en consistentie van haar verhaal.
Hoist stelde dat een opnamestop schriftelijk moest worden bevestigd en dat instemming van beide kredietnemers vereist was, maar het hof verwierp dit en stelde dat een telefonische toezegging voldoende kon zijn. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Hoist in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van Hoist af wegens onvoldoende gemotiveerde weerspreking van de opnamestop.