ECLI:NL:GHAMS:2019:3981
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voeging van civiele zaken tussen appellant en Achmea Schadeverzekeringen
In deze civiele procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank Noord-Holland. Achmea Schadeverzekeringen heeft incidenteel voeging gevorderd van deze zaak met een andere zaak tussen Achmea en een aannemingsbedrijf, omdat de zaken dusdanig met elkaar verknocht zijn dat gezamenlijke behandeling gewenst is.
Het hof heeft de vordering tot voeging getoetst aan artikel 222 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en geoordeeld dat aan de voorwaarden voor voeging is voldaan. De zaken worden daarom samengevoegd voor verdere behandeling.
De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 17 december 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door Achmea. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Dit arrest betreft een tussenarrest en is uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 november 2019.
Uitkomst: Het hof besluit tot voeging van de zaken en verwijst de hoofdzaak naar de rol van 17 december 2019.