ECLI:NL:GHAMS:2019:3962
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van 26 maanden in hoger beroep wegens strafzaak verdachte met Belgische nationaliteit
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 november 2019 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2019. Verdachte, geboren in België in 1958 en thans gedetineerd in PI Middelburg, was in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en daarbij een aanvullend bewijsmiddel toegevoegd, namelijk de verklaring van verdachte afgelegd op 6 juni 2019.
De raadsman van verdachte voerde aan dat vanwege de Belgische nationaliteit van verdachte een lagere straf opgelegd zou moeten worden, omdat verdachte niet in aanmerking zou komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling of strafonderbreking. Het hof verwierp dit betoog en verwees naar artikel 15 lid 3 onder Pro c van het Wetboek van Strafrecht, waarbij is gesteld dat verdachte geen vreemdeling is die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland.
Het hof heeft de strafmaatoverwegingen aangevuld en de gevangenisstraf van 26 maanden onvoorwaardelijk opgelegd, met aftrek van voorarrest. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met drie rechters aanwezig. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van 26 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest.