ECLI:NL:GHAMS:2019:3852

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
200.266.900/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over comparitie en procesverloop in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele zaak in hoger beroep tussen BOI BOI B.V. en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 22 oktober 2019. Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een of meer vonnissen in eerste aanleg. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.

Partijen worden verplicht in persoon of door een bevoegde vertegenwoordiger te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. F.J. Verbeek. Tevens is bepaald dat partijen binnen twee weken hun verhinderdagen moeten opgeven, waarna de datum van de comparitie zal worden vastgesteld. Appellante dient binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier in te dienen bij het hof, en partijen moeten twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen overleggen.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan, waarmee het proces wordt voorbereid op een mogelijke minnelijke regeling of verdere procedurele stappen. Dit arrest is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie en houdt verdere beslissingen aan om het hoger beroep voor te bereiden.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.266.900/01
zaaknummer rechtbank : 7338768 CV EXPL 18-25077
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2019
inzake
BOI BOI B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. M.J. van Buren te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. G.W.J.M. van Mierlo te Nijmegen.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. F.J. Verbeek, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 5 november 2019 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellante uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.