ECLI:NL:GHAMS:2019:376
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake kinderalimentatie en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding van het huwelijk op 17 april 2018.
De man voerde aan dat zijn inkomen aanzienlijk was gedaald door twee ongelukken en het verlies van zijn baan, waardoor hij slechts draagkracht had voor een lagere kinderalimentatie van €25 per kind per maand in plaats van de overeengekomen €85. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man zich definitief had verbonden aan de oorspronkelijke alimentatie en dat zijn inkomen hoger was dan hij stelde.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden op grond van artikel 1:401 lid 1 BW Pro, waardoor de alimentatie moest worden herzien. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €37,50 per kind per maand. Daarnaast werd geoordeeld dat de man onvoldoende had onderbouwd dat diverse goederen nog tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden, waardoor de oorspronkelijke verdeling grotendeels werd bekrachtigd. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van €1.757,50 aan de man wegens regres op een door haar afgeloste schuld.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verlaagd naar €37,50 per kind per maand en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt grotendeels bekrachtigd.