ECLI:NL:GHAMS:2019:3708
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Nihilstelling partneralimentatie na wijziging draagkracht door bijstandsuitkering
Partijen zijn in 1990 gehuwd en in 2012 gescheiden. De man was verplicht partneralimentatie aan de vrouw te betalen, vastgesteld op € 1.184,- per maand in 2012 en verlaagd naar € 458,- per maand per 1 juni 2013. De man ontving tot oktober 2016 een WW-uitkering, daarna een bijstandsuitkering vanaf juli 2017, die in april 2018 werd verlaagd tot een daklozenuitkering.
De man verzocht de partneralimentatie nihil te stellen vanaf oktober 2016 wegens gebrek aan draagkracht, wat de vrouw betwistte en stelde dat de man zwarte inkomsten had. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had aangetoond dat hij tussen oktober 2016 en juli 2017 geen draagkracht had, mede vanwege onverklaarde geldstromen. Vanaf juli 2017 ontving de man een bijstandsuitkering, wat het hof als een relevante wijziging van omstandigheden beschouwde.
Het hof stelde daarom de partneralimentatie per 14 juli 2017 op nihil. Het aanvullende verzoek van de man om partneralimentatie van de vrouw te ontvangen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan draagkracht bij de vrouw. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 14 juli 2017 op nihil gesteld wegens het ontbreken van draagkracht van de man.