Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
van het Bouwbesluit. Deze artikelen zien toe op het realiseren van een veilige vluchtweg in het geval van rookontwikkeling bij brand waarbij er voldoende vertraging moet zijn bij rookontwikkeling tussen zogenoemde rookcompartimenten.
3.Beoordeling
grief IIbestrijdt [X] onder meer het oordeel van de rechtbank dat hij zijn stelling dat de roetvervuiling het gevolg is van gebreken aan de scheidingsdeur, onvoldoende heeft gemotiveerd. In de toelichting op de grief voert [X] aan dat de door hem overgelegde rapporten een geheel ander beeld geven. Hij vraagt zich af waarom de rapporten die door Glennro zijn overgelegd dan prevaleren. De rechtbank had volgens hem een deskundige moeten benoemen of een bewijsopdracht moeten verstrekken, want de rapporten zijn zo technisch van inhoud dat een leek daarover niets zinnigs kan zeggen. Het hof heeft in zijn arrest van 12 juli 2016 in de kortgedingprocedure juist vastgesteld dat de door [X] overgelegde rapporten voldoende onderbouwing van zijn vordering vormden, aldus [X] .
grief I, die betrekking heeft op de (on)geldigheid van de cessie, geen bespreking behoeft.
grief IVbestrijdt [X] het oordeel van de rechtbank dat hij vanaf twee maanden na de brand weer verplicht was huur te betalen, omdat het gehuurde op dat moment weer had kunnen worden gebruikt als [X] medewerking had verleend aan de hem kort na de brand aangeboden salvage.