ECLI:NL:GHAMS:2019:3581
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevel tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele procedure in hoger beroep vorderden Dekker q.q. c.s. op grond van artikel 224 Rv Pro dat appellanten, woonachtig in het buitenland, zekerheid zouden stellen voor de proceskosten die zij mogelijk verschuldigd zouden zijn. Het hof bevestigde dat appellanten, die in eerste aanleg eisers waren, geen uitzondering op deze verplichting konden inroepen.
Het gevorderde bedrag van €3.546,- werd door het hof als juist beoordeeld, gebaseerd op griffierechten en liquidatietarieven. Het hof bepaalde dat de zekerheid kon worden gesteld via een garantie van de advocaat, storting op een kantoorrekening of een bankgarantie van een Nederlandse bank.
De beslissing over de proceskosten van dit incident werd aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. Tevens werd de hoofdzaak verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven of een mededeling dat de zekerheid niet is gesteld.
Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren en legt de consequentie vast dat het niet stellen van zekerheid leidt tot niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.
Uitkomst: Appellanten worden bevolen binnen veertien dagen zekerheid te stellen voor proceskosten van €3.546,- onder dreiging van niet-ontvankelijkheid.