Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.IC E-NORM B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
, zijnde eigenaar van restaurant Beymen;
2. de heer [X] , zijnde bedrijfsleider van restaurant Beymen;
, zijnde bedrijfsleider van restaurant Beymen;
3.Beoordeling
grief in incidenteel appelklagen IC-E Norm c.s. over beslissing B. IC E-Norm c.s. betogen dat IC E-Norm vanaf juni 2016 de huur voor de garageboxen en de berging van (destijds) € 655,50 heeft doorbetaald, hoewel [appellant] zich een en ander toen (feitelijk) heeft toegeëigend. Ter zake wordt een bedrag gevorderd van € 18.934,70 (kennelijk de betaalde huur van juni 2016 tot en met september 2018), met rente, alsmede een bedrag van € 718,98 per maand voor iedere maand of gedeelte daarvan “dat [appellant] vanaf 1 oktober 2018 niet zal voldoen aan zijn verplichtingen tot het aan Erkmen/ IC E-Norm BV c.s. ter beschikking stellen van de bergingen en de garage aan de [adres 3] , onder afgifte van de sleutels daarvan en het dichtzetten van de openingen tussen genoemde berging en garageboxen en het aan [appellant] toebehorende appartementsrecht gelegen aan de [adres 1] ”.
IC E-Normde huur heeft betaald, de juistheid van de stelling van IC E-Norm c.s. dat IC E-Norm de huur heeft betaald niet uit de stukken blijkt (de door IC E-Norm c.s. in appel overgelegde bankafschriften wijzen er veeleer op dat Beymen Club de huur heeft betaald) en IC E-Norm c.s. onvoldoende concreet bewijs hebben aangeboden van hun stelling dat
IC E-Normde huur heeft betaald. Aangezien (uitsluitend) IC E-Norm de huurder was van de garageboxen en de berging (beslissing A is dan ook uitsluitend ten gunste van IC E-Norm gegeven), valt niet in te zien waarom [appellant] gehouden zou zijn de garageboxen en de berging aan de andere incidenteel appellanten dan IC E-Norm ter beschikking te stellen. In aanmerking genomen dat de onderhavige vordering (toen nog € 655,00 per maand) in eerste aanleg uitsluitend door IC E-Norm was ingesteld, is onvoldoende duidelijk dat de onderhavige vordering thans ook door de andere incidenteel appellanten, in het bijzonder door Beymen Club, is ingesteld. Bovendien waren de andere incidenteel appellanten, in het bijzonder Beymen Club, niet gehouden de huur te betalen, zodat deze betalingen, indien en voor zover al verricht, niet als door [appellant] veroorzaakte schade kunnen worden aangemerkt. Overigens hebben IC E-Norm c.s. niet duidelijk gemaakt hoe het bedrag van € 18.394,70 precies is opgebouwd, terwijl zij bovendien in hun op 25 september 2018 gedateerde memorie van grieven in incidenteel appel hebben gesteld zowel dat de huur “thans” € 678,86 per maand beloopt als dat de “huidige” huurprijs € 718,98 per maand is.
is geen specifieke individuele gedraging benoemd, maar wordt slechts in zijn algemeenheid gesproken over een groep van ongeveer 17 werkmannen die bezig zijn met het demonteren van het restaurant. Voor zover [X] , [Y] en [geïntimeerde sub 6] bij die waarnemingen worden genoemd, heeft de deurwaarder met ze gesproken. Dat de deurwaarder ook nog heeft gerelateerd dat hij ze gesommeerd heeft te stoppen met deze ontmanteling c.q. het aanbrengen van vernielingen aan het gehuurde, alwaar geen gevolg aan is gegeven, zegt niets over de individuele gedragingen van [X] , [Y] of [geïntimeerde sub 6] . Waar die werkzaamheden verder uit hebben bestaan, wat wordt gedaan en wat de rol van [X] , [Y] of [geïntimeerde sub 6] daarbij is geweest, wordt in het proces-verbaal van de deurwaarder niet vermeld. Ook uit de overgelegde foto’s valt geen enkele gedraging van [X] , [Y] en [geïntimeerde sub 6] af te leiden, Door [appellant] is verder ook geen voldoende concreet bewijsaanbod op dit punt gedaan.