ECLI:NL:GHAMS:2019:3272
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. Tijdens de zitting op 26 augustus 2019 heeft de raadsman van de verdachte medegedeeld dat de verdachte zijn hoger beroep wenst in te trekken en geen belang meer heeft bij een beslissing op het hoger beroep.
Het hof heeft vervolgens, na overleg met de advocaat-generaal, geoordeeld dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde hoger beroep conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er is geen sprake meer van een rechtens te respecteren belang bij voortzetting van de procedure.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 augustus 2019. Twee van de rechters waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.