Uitspraak
mr. E.H. Steentjes, kantoorhoudende te Lichtenvoorde,
mr. F.J.M. Kobossen, kantoorhoudende te Nijmegen.
Gerechtshof Amsterdam
Maxmart B.V. vordert de overdracht van aandelen in Jabeli Supermarkt B.V. van Jabeli Vastgoed B.V. op grond van artikel 2:201a BW en stelt de prijs primair vast op €112.105,26 per aandeel, de koopsom uit 2014. Jabeli Vastgoed betwist deze prijs en stelt dat de waarde moet worden vastgesteld op een actuele peildatum nabij de overdracht.
De Ondernemingskamer bevestigt dat Maxmart als houder van 95% van het geplaatste kapitaal de vordering kan instellen tegen de enige andere aandeelhouder. Er is geen sprake van bijzondere zeggenschapsrechten of afstand van bevoegdheid door Maxmart. De vordering tot overdracht wordt in beginsel toegewezen.
De Kamer overweegt dat de prijs van de aandelen moet worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer op een peildatum die in de jurisprudentie doorgaans de datum van het tussenarrest is. Het fiscale motief voor het aanhouden van 5% aandelen in 2014 leidt niet tot afwijking van dit uitgangspunt.
Omdat onvoldoende gegevens zijn overgelegd om de prijs vast te stellen, gelast de Ondernemingskamer een deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen per 20 augustus 2019 of een zo dicht mogelijke datum. Eén deskundige wordt benoemd, die desgewenst andere deskundigen kan raadplegen. Maxmart dient zekerheid te stellen voor de kosten van het onderzoek.
De zaak wordt aangehouden tot het deskundigenbericht is ingediend op 12 november 2019. Verdere beslissingen worden opgeschort.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst de uitkoopvordering toe en gelast een deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen per 20 augustus 2019.