ECLI:NL:GHAMS:2019:2824
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst wegens drugshandel in gehuurde woning
De huurder had vanaf 1 oktober 2017 een woning gehuurd van VPV. In juni 2018 werd de woning door de politie doorzocht waarbij een grote hoeveelheid softdrugs, harddrugs en een vuurwapen met munitie werden aangetroffen. De burgemeester gaf een sluitingsbevel op grond van de Opiumwet. VPV ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk wegens ernstige overtredingen in het gehuurde.
De huurder betwistte de aanwezigheid van de drugs en het vuurwapen, stelde dat hij hiervan geen weet had en dat een derde deze spullen zonder zijn medeweten had geplaatst. Hij voerde aan dat hij na detentie de woning nodig had voor resocialisatie en dat hij geen overlast had veroorzaakt.
De kantonrechter wees de vordering van VPV tot ontruiming toe, met uitzondering van de dwangsom. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het gebruik van de bevoegdheid tot ontbinding door VPV redelijk was gezien de ernst van de feiten en de belangenafweging met het woonrecht van de huurder. De grieven van de huurder werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en wijst de vordering tot ontruiming toe.