ECLI:NL:GHAMS:2019:266
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer cocaïne wegens gebrek aan bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte was vrijgesproken van medeplegen van invoer van cocaïne. De rechtbank had vastgesteld dat er geen voldoende bewijs was dat verdachte betrokken was bij de invoer van zes kilogram cocaïne die was aangetroffen in een rugzak in een kleedruimte op Schiphol.
Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld en een gevangenisstraf van 45 maanden geëist. Het hof heeft echter het vonnis van de rechtbank bevestigd en de overwegingen aangevuld. Uit het dossier bleek dat er geen bewijs was dat verdachte de cocaïne in de rugzak had geplaatst of de rugzak in de lockerruimte had gebracht.
Ook de tekstberichten op de telefoon van verdachte, die mogelijk naar de invoer zouden verwijzen, konden na intensief rechercheonderzoek niet verder worden onderbouwd dan een aanname. Daarom kon het primair ten laste gelegde medeplegen van invoer niet worden bewezen.
Het hof besloot geen beslissing meer te nemen over de in beslag genomen voorwerpen, omdat deze al aan verdachte waren geretourneerd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 februari 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen invoer van cocaïne wegens gebrek aan bewijs.