Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Procesverloop
2.Beoordeling
Deferred Prosecution Agreementgesloten met de United States Department of Justice, op grond waarvan SBM een strafrechtelijke boete van USD 238.000.000 is opgelegd.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant, voormalig bedrijfsjurist bij SBM Offshore, beschuldigt SBM van corruptie en wenst de feitelijke grondslag van deze beschuldigingen te laten vaststellen door middel van een voorlopig getuigenverhoor. SBM betwist deze beschuldigingen en beschuldigt appellant op zijn beurt van laster. Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor werd door de rechtbank afgewezen, waarna appellant in hoger beroep ging.
Het hof overweegt dat appellant recht en belang heeft bij het verzoek omdat de feiten die hij wil bewijzen door SBM worden betwist, het bewijs door getuigen is toegelaten en deze feiten tot beslissing van de bodemzaak kunnen leiden. De getuigen, waaronder bestuursleden en betrokkenen bij het interne onderzoek, kunnen verklaren over hun kennis en rol in het vermeende omkopingsschandaal.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking van de rechtbank en beveelt het voorlopig getuigenverhoor toe. Tevens veroordeelt het hof SBM in de kosten van het geding in beide instanties. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en veroordeelt SBM in de proceskosten.