ECLI:NL:GHAMS:2019:2528
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 10 december 2018. Tijdens de terechtzitting van 8 juli 2019 heeft het hof vastgesteld dat de verdachte of zijn gemachtigde geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis.
Daarnaast bleek er geen ander rechtens te respecteren belang te zijn dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters F.M.D. Aardema, E. van Die en B.A.A. Postma, waarbij laatstgenoemde niet in staat was het arrest mede te ondertekenen.
De beslissing betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.