ECLI:NL:GHAMS:2019:248
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M.P. Geelhoed
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vergoeding onterechte hechtenis na betaling schadevergoedingsmaatregel
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van zeven dagen hechtenis die hij stelt onterecht te hebben ondergaan in verband met een opgelegde en betaalde schadevergoedingsmaatregel van €1.468,91. Het verzoekschrift werd ontvangen op 12 juni 2018 en behandeld door het gerechtshof Amsterdam.
De advocaat-generaal bracht op 18 oktober 2018 schriftelijk zijn standpunt uit, waarna op 17 januari 2019 een openbare behandeling plaatsvond in raadkamer. Verzoeker was niet aanwezig bij deze zitting.
Het hof oordeelde dat artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering en andere wetsartikelen geen grond bieden voor een verzoek tot schadevergoeding bij de rechter die de maatregel heeft opgelegd. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 januari 2019, waarbij de beslissing onverwijld aan verzoeker moest worden betekend.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van onterecht doorgebrachte hechtenisdagen.