ECLI:NL:GHAMS:2019:2454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M. Kengen
- A. Dantuma-Hieronymus
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens niet-bereiken Haltafdoening minderjarige verdachte
De minderjarige verdachte werd verdacht van het stelen van winkelgoederen in Amsterdam. Het openbaar ministerie had de intentie om een Haltafdoening aan te bieden, maar de uitnodigingsbrief bereikte de verdachte niet omdat zij feitelijk bij haar halfzus woonde, terwijl de brief naar het inschrijfadres bij haar moeder werd gestuurd.
De moeder bevestigde dat zij een brief van Halt had ontvangen, maar dat dit de vergoeding van de schade betrof en dat de verdachte de betaling had geregeld. Het hof oordeelde dat het niet bereiken van de brief niet aan de minderjarige kon worden toegerekend, aangezien zij niet verantwoordelijk is voor haar inschrijving en de ouder met gezag hiervoor verantwoordelijk is.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens onzorgvuldige totstandkoming van de vervolging. Een verzoek tot aanhouding van de zaak om alsnog een Haltafdoening te verrichten werd afgewezen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet bereiken van de Haltafdoening-uitnodiging aan de minderjarige verdachte.