ECLI:NL:GHAMS:2019:2388
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: waardering en verrekening van uitgeleverde aandelen
In deze zaak gaat het om een hoger beroep in een civiel geschil tussen [appellant] en Dexia Nederland B.V. betreffende effectenleaseovereenkomsten die door het hof rechtsgeldig zijn vernietigd. Het geschil richt zich op de waardering van de uitgeleverde aandelen en de verrekening van opbrengsten na de vernietiging.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest de vernietiging van drie leaseovereenkomsten bevestigd en [appellant] gevraagd aan te geven welke aandelen hij nog bezit en wat de waarde daarvan is op de dag van vernietiging of verkoop. [appellant] stelde dat bepaalde aandelen na de vernietigingsdatum zijn verkocht en overhandigde verkoopbewijzen. Dexia betwistte enkele waarderingen en stelde dat bij de aandelen Unilever moet worden uitgegaan van een verkoopwaarde gelijk aan het door Dexia verschuldigde bedrag.
Het hof acht nadere toelichting noodzakelijk over de door Dexia genoemde aandelensplitsingen en waardebepalingen, en geeft partijen gelegenheid om hierover akten uit te wisselen. Ook wordt een nadere berekening van de terugbetalingsverplichting verlangd, waarbij rekening moet worden gehouden met het aandeel van de Unilever-aandelen in het totale aankoopbedrag.
De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 20 augustus 2019, waarbij het hof partijen tevens adviseert een schikking te overwegen om verdere proceshandelingen te voorkomen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere aktewisseling over waardering en aandelensplitsingen, met rolzitting op 20 augustus 2019.